Reisrecept: Flammkuchen uit Duitsland

Het is weer eventjes geleden, maar het is weer tijd voor een reisrecept! Na de zomerse caipirinha uit Brazilië en de Tequila Sunrise uit Mexico is het weer tijd voor een lekker gerecht dat we ontdekt hebben tijdens onze reizen. Eerder bespraken we de okonomyaki uit Japan, en deze keer gaan we voor de typische Duitse flammkuchen. We hebben dit gerecht leren kennen tijdens onze rondrit door Europa van 2013. We verbleven hier vroeg in de reis in de Duitse stad Leipzig. Nadat we eventjes gezocht hadden naar een leuk restaurant kwamen we (als ik me niet vergis) aan bij Restaurants Zigarre, gelegen in een zijstraat van de centrale markt van Leipzig. We zagen hier flammkuchen op de kaart staan, maar waren hier nog niet mee bekend. Toen we het echter op andere tafels zagen waren we al snel overtuigd en bestelden we deze “Duitse pizza”. We vonden het zo lekker dat we het thuis meerdere malen hebben nagemaakt. Daarom nu hier het reisrecept van de echt flammkuchen uit Duitsland.

Flammkuchen

De flammkuchen komt oorspronkelijk uit de Elzas, een streek die meerdere keren een deel van Duitsland is geweest en nu één van Frankrijks kleinste staten is. De Elzas ligt langs de westelijke oever van de rivier de Rijn en grenst aan Duitsland en Zwitserland. Je kent het gerecht dan misschien ook wel als de tarte flambée zoals het in het Frans bekend staat.

Het verhaal achter de flammkuchen is dat bakkers wilden testen of hun houtgestookte oven heet genoeg was om brood te bakken. Ze legden hiervoor een dunne rol deeg op de bodemplaat van de oven. Als de oven de gewenste temperatuur had was het binnen twee minuten gaar. Was de temperatuur echter te hoog dan vatte het deeg vlam waardoor het de naam flammkuchen kreeg.

De traditionele versie werd afgebakken als een knapperige cracker en belegd met wat crème fraîche, uien en spek. Dit is de klassieke en bekend “Elzasser flammkuchen”. De afgelopen jaren is de flammkuchen in populairiteit gestegen en zie je ook andere varianten voorbij komen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een hartige variant met een uiencrème, zuurkool, flinterdunne wildzwijncoppa, afgemaakt met een honing-mosterdsaus en bieslook of een flammkuchen met honing, vijgen en amandel. Wij gaan in dit reisrecept gewoon voor de klassieke versie van de flammkuchen die je overal in Duitsland kan vinden.

Ingrediënten

We beginnen natuurlijk met de ingrediënten die je nodig hebt voor het maken van de flammkuchen. Groot voordeel is dat je er helemaal niet veel voor nodig hebt en het artikelen zijn die je echt in iedere supermarkt kan vinden. Dit recept is overigens bedoeld voor 2 personen.

Het flammkuchen deeg

We maken even kort onderscheid tussen de ingrediënten voor het deeg en voor de topping. Zelf hebben wij de laatste keer gekozen voor het kant en klare deeg wat je in veel supermarkten kan vinden, maar in het verleden hebben we ook het deeg wel eens zelf gemaakt. Het is een heel simpel deegje en je hebt hier dus het volgende voor nodig:

De topping

De topping is al bijna net zo simpel als het deeg, en daar heb je dus de volgende voor nodig:

Bereiding

Wij besloten dus om een kant en klare rol flammkuchendeeg te kopen de laatste keer, maar we hebben in het verleden ook het deeg wel eens zelf gemaakt. Je begint met de gist, bloem en een beetje zout in een kom te mengen. Daarna maak je een kuiltje in het midden en daar schenk je vervolgens het lauwwarme water in. Daarna begint het zware werk en moet je gaan kneden tot het een soepel deeg is. Als dit gelukt is dek je de kom af met een vochtige, schone theedoek en laat je het deeg 1 uur rijzen.

Ondertussen verwarm je de oven voor op 250 °C. Je rolt het deeg met de deegroller en legt het vervolgens voorzichtig op een met bakpapier beklede bakplaat uit tot een dikte van 1 cm.

Voor de topping meng je de crème fraîche met de kwark en breng op smaak met de nootmuskaat, peper en zout. Dit smeer je daarna over het deeg.

Hierna ga je aan de slag met de uien. Deze snij je in ringen, of in halve ringen zoals wij hebben gedaan. Daarna pak je de ontbijtspek erbij die je ook nog kleiner zou kunnen snijden. De ui en spek verdeel je daarna mooi gelijkmatig over het deeg.

Daarna zet je de plaat in het midden van de oven die inmiddels 250 °C is. Na ongeveer 15 minuten zou hij helemaal goed moeten zijn. Het deeg zou dan lekker knapperig moeten zijn.

Dan rest er natuurlijk nog maar 1 ding: smakelijk eten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: